tuincentrum en boomkwekerij peter van gennip

Tuincentrum en boomkwekerij Peter van Gennip

Rozen

De roos is altijd gezien als symbool van pure schoonheid en ideale vorm. Ook de tegenstelling tussen de fraaie bloemen en de vaak venijnige stekels spreekt onveranderlijk tot de verbeelding.

Een roos zonder doornen mag erg praktisch zijn, hij mist karakter. De rode roos is symbool van vurige liefde, sociale bewogenheid, geheimhouding ‘sub rosa’. De witte roos staat voor zuiverheid, pure schoonheid en volkomen eerlijkheid.

Rozenfamilie

Rozen behoren tot de grote familie van de Rosaceae, waar ook appel en peer, kers, (dwerg)mispel, perzik, amandel, vuurdoorn, braam, lijsterbes toe behoren. Bij elkaar ruim 120 geslachten met totaal meer dan 3500 soorten. De soorten die tot het geslacht Rosa behoren, zijn meestal bladverliezend, ze hebben bijna allemaal stekels of borstels en ze hebben allemaal samengesteld blad. Dat kan wisselen van drie tot meer dan vijftien deelblaadjes per blad.

Meer bloemblaadjes, meer geur

Bijna alle soorten hebben van nature vijf bloemblaadjes, maar bij sommige kweekvormen kunnen het er meer dan honderd zijn. Die toename van dat aantal bloemblaadjes wordt bij de veredeling bewust nagestreefd omdat de geurstof van rozen in die bloemblaadjes zit. Dus hoe meer bloemblaadjes, des te meer geur. Er zijn overigens ook rozen – zoals de eglantier – met geurend groen blad.

Rozenbottels

Aan rozen kunnen vruchten verschijnen: de bottels. Die kunnen per soort sterk verschillen en bij veel cultivars (cultuurvormen) verschijnen ze nooit omdat de bloemen door hun vorm of om een andere reden niet bestoven kunnen worden.

De bottels kunnen kaal of behaard/ stekelig zijn en rood, oranje, bruin of zwart van kleur zijn. Zo’n bottel is eigenlijk een opgezwollen bloembodem waar de vruchten/zaden in zitten. Die bloembodem (het ‘vlees’ van de bottel) is vaak zeer rijk aan vitamine C.

De indeling van rozen in groepen:

  • Grootbloemige rozen of theehybriden.
  • Trosrozen (Polyantha’s en Floribunda’s).
  • Klimrozen (eenmaal bloeiende en doorbloeiers, ook de metershoge typen die rambler worden genoemd).
  • Dwerg- of minatuurrozen.
  • Bodembedekkende rozen (liggende klimrozen).
  • De wilde rozen (botanische rozen) en hun hybriden worden heesterrozen genoemd.
  • Rozen waarvan het wortelgedeelte bij het enten van veredelde rozen wordt gebruikt, de zogenaamde onderstammen.
  • Stamrozen, dat zijn struik- of treurrozen die bovenop een onderstam zijn geënt. Zo’n stamroos bestaat vaak uit drie delen: het wortelgedeelte, een tussenstam en de veredelde ent.
 
­